Overzicht indicaties Samengevat zijn dit de indicaties voor waterbedeffecten waar in hoofdstuk 3 per type zoekgebied naar wordt gezocht: 1) Op het niveau van de totaalscore leefbaarheid: a) De verhouding tussen de ontwikkeling van de gemiddelde leefbaarheid in de aandachtswijk en de ontwikkeling in (de potentiële ontvangstgebieden van) het zoekgebied. b) De situatie dat relatief veel bewoners in (de potentiële ontvangstgebieden van) het zoekgebied te maken hebben met een ongunstige ontwikkeling van de leefbaarheid. c) De aanwezigheid van (minimaal) een buurt (met een leefbaarheid tot en met matig positief) in het zoekgebied die opvallend sterk achterblijſt bij de regionale trend. 2) Op het niveau van afzonderlijke dimensies: a) De verhouding tussen de ontwikkeling van de gemiddelde score op de dimensie bevolkingssamenstelling in de aandachtswijk en de ontwikkeling in (de potentiële ontvangstgebieden van) een zoekgebied. b) Het bestaan van een substantiële verhuisstroom van kansarmen van de aandachtswijk naar (de potentiële ontvangstgebieden van) een zoekgebied. c) De verhouding tussen de ontwikkeling van de gemiddelde score op de dimensie veiligheid in de aandachtswijk en de ontwikkeling in (de potentiële ontvangstgebieden van) een zoekgebied. 2.6 Casusanalyse Zoals aangegeven in paragraaf 2.2 is het niet mogelijk om op basis van algemene indicaties ondubbelzinnig vast te stellen of zich ergens een waterbedeffect voordoet. De belangrijkste reden daarvoor is dat bij die algemene indicaties de causaliteit van de vastgestelde ontwikkelingen onbekend blijſt. Het gaat om de volgende oorzaak-gevolgrelaties die noodzakelijk zijn om van een waterbedeffect te spreken: 1. De ontwikkeling in het zoekgebied moet het gevolg zijn van ontwikkelingen in de aandachtswijk. 2. De ontwikkeling in de aandachtswijk moet het gevolg zijn van beleid. De Leefbaarometer is geen causaal model. Het geeſt weer dat de leefbaarheid in het ene gebied verbetert en in het andere gebied verslechtert, maar laat niet zien of beide ontwikkelingen causaal met elkaar zijn verbonden. Met de Leefbaarometer alleen kan daarom niet ‘sluitend’ worden vastgesteld of er sprake is van een waterbedeffect. Met de verhuisstromen van niet-werkende werkzoekenden kan wel in beeld worden gebracht of een ontwikkeling in een aandachtswijk via die verhuisstroom is verbonden met een ontwikkeling in een zoekgebied. De stroom kan echter niet zonder meer worden verbonden met beleid. Om meer inzicht te krijgen in de mate waarin er sprake is van voornoemde causale relaties worden voor specifieke gebieden verdiepende casusanalyses uitgevoerd. De gebieden waarvoor dit wordt gedaan zijn gebieden met veel indicaties dat er een waterbedeffect zou kunnen zijn. Er wordt in die gebieden geanalyseerd welke fysieke ingrepen hebben plaatsgevonden (sloop/nieuwbouw), welke verhuisstromen ontstaan als gevolg van sloop/nieuwbouw en er worden interviews gehouden met lokale sleutelfiguren om inzicht te krijgen in beleid en gevolgen daarvan. De mate waarin de verdiepende analyses bevestiging geven voor de indicaties dat er een waterbedeffect zou kunnen zijn, geeſt een ‘weging’ aan de algemene analyses. Als in alle gevallen op basis van de verdiepende analyses wordt geconcludeerd dat er inderdaad aanwijzingen zijn dat er een waterbedeffect is, stelt dat de algemene resultaten in een ander daglicht dan wanneer in alle gevallen de conclusie luidt dat de gesignaleerde ontwikkelingen een andere oorzaak hebben. In het laatste geval is het ook onwaarschijnlijk dat er elders waterbedeffecten zijn. Gebiedsindeling Zoals in paragraaf 2.4 al is aangehaald, hebben niet alle gebieden in Nederland de potentie om last te hebben van waterbedeffecten. Wijken met een gunstige leefbaarheidssituatie onderhouden betrekkelijk weinig relaties met de aandachtswijken. Het zijn met name wijken met een leefbaarheidssituatie van ‘matig positief’of minder (de potentiële ontvangstgebieden) die mogelijk met een waterbedeffect te maken hebben. In de casusanalyse wordt nader ingezoomd op de potentiële ontvangstgebieden die tussen 2008 en 2010 meer dan een halve standaarddeviatie – ten opzichte van de regionale trend – achteruit zijn gegaan. Om geen afzonderlijke 6PPC-gebieden (die als potentieel ontvangstgebied met een negatieve ontwikkeling zouden kunnen worden geclassificeerd) af te beelden, zijn de 6PPC-gebieden geclusterd. De gehanteerde clustermethodiek is gelijk aan de methodiek om de Leefbaarometerkaarten samen te stellen. Dat betekent dat vanuit iedere 6PPC - die aan de definities voldoet - in een straal van zestig meter vanaf de buitenste grens wordt gekeken of er een ander 6PPC-gebied kan worden gevonden dat ook aan de criteria voldoet. Vanaf dat tweede 6PPC-gebied wordt vervolgens ook weer gekeken of er een ander 6PPC-gebied binnen een straal van zestig meter ligt. Alle gebieden die binnen een straal van zestig meter van elkaar liggen, worden samengevoegd tot een nieuw gebied. Als deze nieuwe gebieden voldoende groot18 zijn, worden ze gedefinieerd als potentiële ontvangstgebieden met een negatieve ontwikkeling. Omslagpunten ‘early warning’ en ‘early early warning’ In de casusanalyse wordt aanvullend verkend of verhuisstromen vanuit de aandachtswijken gericht zijn geweest op gebieden die zich rond één van de zogenaamde ‘omslagpunten’ in de leefbaarheidsontwikkeling bevonden. Rond deze omslagpunten kan een gebied als gevolg van een instroom van meer kansarme bewoners in een neerwaartse spiraal van leefbaarheidsontwikkeling terechtkomen, wat op termijn voor leefbaarheidsproblemen kan zorgen. In de publicatie ‘Omslagpunten in de ontwikkeling van wijken: leefbaarheid en selectieve migratie’19 zijn verschillende omslagpunten in de 18 Er wonen minimaal 50 inwoners en het gebied bestaat uit minstens twee 6PPC-gebieden. 19 Ministerie van BZK/WWI, ‘Omslagpunten in de ontwikkeling van wij-ken: leefbaarheid en selectieve migratie’, RIGO en Atlas voor ge-meenten, Den Haag, maart 2011. Hoofdstuk 2 Opzet van het onderzoek 19 Pagina 20

Pagina 22

Heeft u een sportblad, blue berry of digi boeken? Gebruik Online Touch: onderzoeksrapport digitaal zetten.

Waterbedeffecten van het wijkenbeleid - 2008-2010 (eerste herhalingsmeting) Lees publicatie 2Home


You need flash player to view this online publication