ervaringen die met behulp van de nulmeting zijn opgedaan, zijn echter de criteria om tot een selectie te komen van wijken die mogelijk voor waterbedeffecten hebben gezorgd uitgebreid. Door de nieuwe selectiecriteria zijn de uitkomsten van de selectie niet direct vergelijkbaar met de selectie-uitkomsten van de nulmeting. Daarom staat in Figuur 15 weergegeven hoe de uitkom15 weergegeven hoe de uitkomweergegeven hoe de uitkomsten van de analyses van de ontwikkeling tussen 2006 en 2008 zouden zijn met de aangepaste selectiecriteria volgens indicatie 1a (algemene leefbaarheidsontwikkeling). Uit de figuur blijkt dat in totaliteit voor elf aandachtswijken indicaties zijn dat op de algemene leefbaarheid waterbedeffecten in de aanliggende buurten zijn voorgekomen. In het voorliggende onderzoek is gebleken dat er van 2008 tot 2010 eveneens voor elf aandachtswijken indicaties voor waterbedeffecten in de aanliggende buurten zijn gevonden. Het aantal aandachtswijken met indicaties voor waterbedeffecten is met deze selectiecriteria dus gelijk gebleven. Ook op de andere indicaties zijn de overeenkomsten groot. Alleen wanneer naar de ontwikkeling van de dimensie (sociaaleconomische) bevolkingssamenstelling wordt gekeken (indicatie 2a), valt een halverering van het aantal aandachtswijken met aanwijzingen voor waterbedeffecten op. Tussen 2006 en 2008 bleken er voor zestien aandachtswijken indicaties te zijn, tussen 2008 en 2010 waren dat er nog acht. Op de dimensie veiligheid (indicatie 2c) zijn zowel in de periode 2006-2008 als van 2008 tot 2010 voor drie aandachtswijken indicaties voor waterbedeffecten gevonden. Wanneer de aandachtswijken waar op kleinschaliger niveau aanwijzingen voor waterbedeffecten gevonden zijn (indicaties 1b en 1c) aan de totale selectie worden toegevoegd, is te zien dat er tussen 2006 en 2008 in totaal negentien aandachtswijken met indicaties voor waterbedeffecten zijn geïdentificeerd, en tussen 2008 en 2010 achttien. De conclusie uit deze vergelijking is dat het wijkenbeleid niet heeſt geleid tot een toename van waterbedeffecten in het aanliggend gebied. In totaal zijn er namelijk voor ongeveer evenveel aandachtswijken aanwijzingen voor waterbedeffecten in de aanliggende buurten gevonden. 3.4 Ontwikkelingen elders in de steden In deze paragraaf wordt naar aanwijzingen voor waterbedeffecten in het zoekgebied rest van de stad gezocht. Hierbij wordt gekeken naar de ontwikkelingen in gebieden met een ongunstige leefbaarheid (t/m matig positief in 2008) die wel in de stad van de aandachtswijk liggen, maar niet tot een aandachtswijk of het aanliggend gebied daarvan behoren. Deze analyses op potentiële waterbedeffecten worden gedaan op het totaal van de aandachtswijken in de steden. Als de analyse per aandachtswijk zou worden gedaan, bestaat de Figuur 16 Ontwikkeling leefbaarheid (2008-2010) ten opzichte van de regio voor gebieden elders in de steden met een leefbaarheid t/m matig positief in 2008 Ontwikkeling elders in de steden Amsterdam Amersfoort Alkmaar Zaanstad Utrecht Schiedam Rotterdam Nijmegen Maastricht Leeuwarden Heerlen Groningen Enschede Eindhoven Dordrecht Deventer Den Haag Arnhem negatief Ontwikkeling leefbaarheid positief *De oranje lijn geeſt de gemiddelde ontwikkeling in de steden minus één standaarddeviatie aan. 38 Waterbedeffecten van het wijkenbeleid Waterbedeffecten van het wijkenbeleid Pagina 39

Pagina 41

Voor archief, online vaktijdschriften en rapporten zie het Online Touch CMS beheersysteem systeem. Met de mogelijkheid voor een online shop in uw nieuwsbrieven.

Waterbedeffecten van het wijkenbeleid - 2008-2010 (eerste herhalingsmeting) Lees publicatie 2Home


You need flash player to view this online publication