3.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de uitkomsten van de generieke analyses van de leefbaarheidsontwikkelingen in de veertig aandachtswijken en hun omgeving gepresenteerd. Het hoofdstuk heeſt twee doelen. Het eerste doel is om te bezien of en in welke mate sprake is geweest van systematische waterbedeffecten vanuit de veertig aandachtswijken. Hiervoor wordt gekeken naar de algemene leefbaarheidsontwikkeling in de veertig wijken en wordt deze vervolgens in verband gebracht met de leefbaarheidsontwikkeling in de drie zoekgebieden: het aanliggend gebied, de rest van de stad en de rest van de regio. Hierbij wordt ook gekeken naar de aard van de ontwikkelingen: heeſt dat met de sociaaleconomische bevolkingssamentelling en/of de veiligheidssituatie te maken? Het tweede doel is om een selectie van een aantal specifieke aandachtswijken te maken, waar – op basis van de algemene analyses – indicaties zijn dat waterbedeffecten zich hebben voorgedaan. Voor deze selectie van aandachtswijken wordt in hoofdstuk 4 nader onderzocht hoe plausibel het is dat een negatieve leefbaarheidsontwikkeling in de potentiële ontvangstgebieden (mede) is veroorzaakt door een waterbedeffect vanuit de aandachtswijk. In dit hoofdstuk worden eerst de ontwikkelingen in de veertig aandachtswijken beschreven. En vervolgens wordt per zoekgebied gezocht naar indicaties voor waterbedeffecten. De gevolgde methode is in paragraaf 2.5 beschreven. In die paragraaf zijn in totaal zes indicaties van waterbedeffecten beschreven. Die zes indicaties worden onafhankelijk van elkaar beschreven. In feite worden per zoekgebied zes analyses uitgevoerd of er aanwijzingen zijn dat er waterbedeffecten zijn voorgekomen. Er wordt dus op zes verschillende indicaties gekeken of de aandachtswijk mogelijk voor waterbedeffecten heeſt gezorgd. Aan het einde van iedere paragraaf worden de zes analyses samengebracht om tot een overzicht te komen van aandachtswijken waarvoor indicaties zijn dat ze voor waterbedeffecten hebben gezorgd in het betreffende zoekgebied. 3.2 Ontwikkelingen in de veertig wijken In deze paragraaf worden de ontwikkelingen in de veertig wijken beschreven. Deze analyses kunnen niet gebruikt worden om mogelijke waterbedeffecten te ontdekken. De analyses zijn voornamelijk van belang om een aantal van de later te analyseren ontwikkelingen in de zoekgebieden in verband te brengen met ontwikkelingen in de aandachtswijken. De veertig aandachtswijken hebben tussen 2008 en 2010 gemiddeld genomen een positieve leefbaarheidsontwikkeling doorgemaakt.20 De mate van ontwikkeling verschilt echter van aandachtswijk tot aandachtswijk, zo laat Figuur 5 zien. Zo hebben Malburgen/ Immerloo en Klarendal gemiddeld een duidelijk betere ontwikkeling doorgemaakt dan de andere Arnhemse aandachtswijken Presikhaaf en Arnhems Broek. Ook binnen Rotterdam zijn er grote verschillen in ontwikkeling tussen de aandachtswijken te zien. In 20 Leidelmeijer, K., G. Marlet, R. Schulenberg en C. van Woerkens: ‘Leefbaarheid in Balans’, RIGO en Atlas voor gemeenten i.o.v. BZK/WWI, 2011. 22 Oud Zuid, West en Vreewijk is de leefbaarheid duidelijk verbeterd terwijl in Overschie de leefbaarheid verder verslechterd is. Niet alle wijken hebben overigens een positieve ontwikkeling doorgemaakt. Woensel West en De Bennekel in Eindhoven, Nieuwland in Schiedam en de Bijlmer in Amsterdam zijn voorbeelden van aandachtswijken die gemiddeld een negatieve ontwikkeling hebben doorgemaakt. De gemiddelde negatieve ontwikkeling in deze wijken komt overeen met ongeveer 0,1 à 0,2 leefbaarheidsklasse. Op de website van de Leefbaarometer wordt een ontwikkeling pas zichtbaar bij 0,5 leefbaarheidsklasse. Gemiddeld gesproken valt de negatieve ontwikkeling dus wel mee. Maar binnen deze wijken zullen er zeker gebieden te vinden zijn waar de leefbaarheid sterker negatief ontwikkeld is. Daarbij komt dat deze ontwikkeling slechts een tweejarige periode beslaat, als deze ontwikkeling zich langjarig voortzet, zullen de leefbaarheidsproblemen uiteindelijk behoorlijk toe gaan nemen. In de figuur is de ontwikkeling ook gedifferentieerd naar de ontwikkeling per dimensie. In de aandachtswijken die het meest vooruit dan wel achteruit zijn gegaan is de ontwikkeling van de sociaaleconomische bevolkingssamenstelling in de meeste gevallen de belangrijkste factor geweest. Ook de veiligheidssituaties heeſt in deze wijken bijgedragen aan de positieve dan wel negatieve ontwikkeling van de aandachtswijk. De positief ontwikkelende Rotterdamse aandachtswijken Oud Zuid, Vreewijk en Rotterdam West zijn hierop de uitzondering: ondanks een verslechtering van de veiligheidssituatie is hier de leefbaarheid verbeterd. Ontwikkelingen ten opzichte van de regionale trend De geschetste ontwikkelingen in de veertig aandachtswijken zijn vanzelfsprekend van belang, maar kunnen op zichzelf niet gebruikt worden als signalering van waterbedeffecten. Daarvoor wordt in deze studie gebruikgemaakt van de leefbaarheidsontwikkeling ten opzichte van de regionale trend. In het vorige hoofdstuk is al aangehaald dat de reden hiervoor is dat de ontwikkeling van de algemene leefbaarheid in Nederland mede bepaald wordt door de ontwikkeling op macro-economisch niveau. In In de figuur is de ontwikkeling ook gedifferentieerd naar de ontwikkeling per dimensie. In de aandachtswijken die het meest vooruit dan wel achteruit zijn gegaan is de ontwikkeling van de sociaaleconomische bevolkingssamenstelling in de meeste gevallen de belangrijkste factor geweest. Ook de veiligheidssituaties heeſt in deze wijken bijgedragen aan de positieve dan wel negatieve ontwikkeling van de aandachtswijk. De positief ontwikkelende Rotterdamse aandachtswijken Oud Zuid, Vreewijk en Rotterdam West zijn hierop de uitzondering: ondanks een verslechtering van de veiligheidssituatie is hier de leefbaarheid verbeterd. Figuur 6 is de ontwikkeling van de veertig aandachtswijken ten opzichte van de regionale trend weergegeven. Overdie (Alkmaar), De Kruiskamp (Amersfoort), Malburgen, Presikhaaf en Klarendal (Arnhem), Heechterp-Schieringen (Leeuwarden), West, Oud Zuid en Vreewijk (Rotterdam), Zuid West, Schilderswijk en Stationsbuurt (Den Haag) en Ondiep (Utrecht) hebben een duidelijk positieve ontwikkeling ten opzichte van de andere buurten in hun betreffende regio doorgemaakt. Waterbedeffecten van het wijkenbeleid Waterbedeffecten van het wijkenbeleid Pagina 23

Pagina 25

Heeft u een onderwijs magazine, pagegangster of digitale onderwijs catalogi? Gebruik Online Touch: onderwijscatalogus online zetten.

Waterbedeffecten van het wijkenbeleid - 2008-2010 (eerste herhalingsmeting) Lees publicatie 2Home


You need flash player to view this online publication