2.5 Indicaties voor een waterbedeffect Waterbedeffecten kunnen verschillende vormen aannemen, qua omvang van het gebied dat er last van heeſt, qua omvang van de ontwikkeling en qua dimensie waarop ze spelen. In de generieke analyses is op verschillende vormen gezocht naar indicaties dat waterbedeffecten zich hebben voorgedaan. Deze zoektocht is in twee delen te onderscheiden. Allereerst is gekeken naar de ontwikkeling van de algemene leefbaarheid. En vervolgens is gekeken naar de ontwikkeling van de twee dimensies van leefbaarheid waarop een waterbedeffect kan spelen. De volgende indicaties worden onderscheiden. Indicatie 1a: verhouding ontwikkeling leefbaarheid in aandachtswijk en zoekgebied Voor elk schaalniveau van zoekgebieden wordt een vergelijking gemaakt tussen de gemiddelde ontwikkeling in de aandachtswijk(en) ten opzichte van de regionale ontwikkeling en de gemiddelde ontwikkeling in het zoekgebied ten opzichte van de regionale ontwikkeling. Vervolgens wordt een indicatie voor een waterbedeffect beschouwd bij de volgende combinaties: 1) in de aandachtswijk is er een bovengemiddeld positieve ontwikkeling van de leefbaarheid en in (de potentiële ontvangstgebieden van) het zoekgebied is er een benedengemiddeld negatieve ontwikkeling van de leefbaarheid; 2) in (de potentiële ontvangstgebieden van) het zoekgebied is de ontwikkeling van de leefbaarheid negatiever dan in de aandachtswijk (maximaal op het niveau waar de ontwikkeling in (de potentiële ontvangstgebieden van) het zoekgebied gemiddeld is); 3) de ontwikkeling van de leefbaarheid in (de potentiële ontvangstgebieden van) het zoekgebied is sterk benedengemiddeld, ongeacht de ontwikkeling in de aandachtswijk.17 In Figuur 4 wordt weergegeven op welke oppervlakken die combinaties betrekking hebben in een grafiek waarin de ontwikkeling van de aandachtswijk wordt afgezet tegen de ontwikkeling in een zoekgebied. In de resultatensecties wordt steeds alleen de hieruit resulterende (oranje) selectielijn weergegeven waaronder de gebieden liggen met een potentieel waterbedeffect. De grens die aangeeſt wanneer een ontwikkeling boven- of benedengemiddeld is, wordt bij vergelijkingen met de totale leefbaarheidsscore gesteld op de gemiddelde ontwikkeling plus of min een halve standaarddeviatie. De grens die aangeeſt wanneer een ontwikkeling sterk boven- of benedengemiddeld is, wordt 17 Waar hierna wordt gesproken over ‘zoekgebieden’ worden steeds de ‘potentiële ontvangstgebieden van de zoekgebieden’ bedoeld. Figuur 4 Indicaties voor potentiële waterbedeffecten bij verschillende combinaties van ontwikkelingen in de aandachtswijken en het zoekgebied regionaal gemiddelde 1 sd combinatie 3: ontwikkeling in zoekgebied sterk negatief combinatie 1: aandachtswijk bovengemiddeld, zoekgebied benedengemiddeld 0,5 sd selectielijn x-as: ontwikkeling in aandachtswijk t.o.v. regionaal gemiddelde Hoofdstuk 2 Opzet van het onderzoek 17 Diagonaal: gelijke ontwikkeling y-as: ontwikkeling in zoekgebied t.o.v regionaal gemiddelde regionaal gemiddelde combinatie 2: ontwikkeling in zoekgebied negatiever dan in aandachtswijk Pagina 18

Pagina 20

Scoor meer met een e-commerce shop in uw PDF's. Velen gingen u voor en publiceerden mailings online.

Waterbedeffecten van het wijkenbeleid - 2008-2010 (eerste herhalingsmeting) Lees publicatie 2Home


You need flash player to view this online publication